
Mijn observatielijst levert de eerste kwantitatieve gegevens op.
In week 1 zijn er 56 vrije keuze momenten geobserveert wat neer komt op 5,6 keuze momenten per leerling. Van de 56 keuzemomenten werd er 32 keer voor de computer gekozen. De poppenhoek was in het vrije keuzemoment de tweede keuze met 11 keer.
In week 2 zijn er 48 vrije keuzemomenten geobserveert wat neer komt op 5.3 keuzemomenten per leerling (sh was ziek deze week). Van de 48 keuzemomenten werd 28 keer voor de computer gekozen. Deze week was het constructiemateriaal de tweede keuze met 7 keer.
Mijn eerste indruk dat de keuze voor de computer favoriet is lijkt gesteund te worden door deze gegevens, maar ik moet nog meer berekeningen erop los laten om aan te tonen dat deze voorkeur statistisch significant is.
Mij lijkt het duidelijk, juist zonder berekeningen.
Begint bij mij wel de gedachte te knagen dat ik onvoldoende heb verhelderd wat vrije keuze is? Er is veel geschreven over vrije keuze, waarbij in de existentiele fenomenologie door Satre duidelijk gesteld wordt dat we geworpen in vrijheid, verdoemd zijn tot keuzes en dat we verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van die keuzes. En ook dat wij niet in staat zullen zijn die gevolgen te overzien. Als dat niet verlammend werkt? Dan maar beter vluchten in het gedetermineerd zijn, alles is causaal, ook het menselijk gedrag, waarmee vrije keuze een smoes wordt om de mens meer waarde toe te kennen dan een beest, een plant of een kei. Het grappige is, dat zelfs de meest uitgesproken wetenschapper diep in zijn hart iets unieks en iets goddelijks wil vinden. Alles is wetmatig, maar de mens kan keuzes maken. Hoe kan je de contradictie nu overbruggen? Dr. P.C.H.M. Bemelmans verwoord het mooi. Aan de ene kant is de mens een schakel in de keten van causale relaties. Maar aan de andere kant kan de mens breken door verantwoordelijkheid te nemen. Je wordt vrij door je vrij te verklaren. De wetenschap zal de vrijheid nooit vinden, hoe lang ze ook zoekt. Maar als ik zeg dat ik vrij en verantwoordelijk ben, betreed ik een nieuwe dimensie van de werkelijkheid waar de wetenschap in eerste instantie niets te zoeken heeft.
Daar en precies daar zit het pijnpunt van het onderzoek naar menselijke gedragingen, zoals jij die doet tijdens deze studie ecologogische pedagogiek. Doordat je een wetenschappelijke studie doet naar de vrije keuzes van zmlk leerlingen sla je de plank bij voorbaat mis. Verbanden aanbrengen tussen factoren die de vrije keuze beïnvloeden, suggureert immers dat de vrije keuze van zmlk leerlingen een gedetermineerd gedrag is dat voortkomt uit bepalende omgevingsfactoren en individuele factoren als intelligentie en karakter. Als dat zo is dan is vrije keuze onmogelijk. Keuze is slechts een intern rationeel proces die zich volgens een vast patroon voltrekt en die altijd dezelfde uitkomst zal geven. De afweging staat al vast, alleen nog bepalen hoe je de uitgangssituatie kan beinvloeden en de mens doet precies wat het moet. Maar wie is dan die goddelijke mens die voor andere mag bepalen welke keuzes hij mag maken? Voorlopig kunnen we ons verschuilen achter het gegeven van complexiteit van de mens, de natuur en de samenleving, dat we het niet kunnen sturen, maar fundamenteler is de vraag zouden we het willen kunnen? Met wetenschappelijk onderzoek suggureert men dat we met rationaliteit de beslissende stap kunnen zetten om te heersen over de wereld terwijl steeds vaker vast komt te staan dat dat niet kan. Zelfs in de natuurkunde kan dat niet, zoals Anton Zeilinger in het boekje toeval beschrijft. In de kwantummechanica is men erachter gekomen dat wij niet te dom zijn om de oorzaak van een afzondelijke gebeurtenis te achterhalen, maar er eenvoudigweg geen oorzaak voor de afzonderlijke gebeurtenis is, omdat een kwantum simpelweg geen informatie kan dragen om te bepalen wat het gevolg zal zijn. De uitkomst berust dus op louter toeval.
Altijd zal de vrije keuze van de mens zich onttrekken aan wetenschapelijk onderzoek, want ik voorspel dat als we het menselijk gedrag hebben weten te ontleden tot enen en nullen er op deze factoren geen informatie meer aanwezig is die een voorspeller is voor het gevolg, een keuze.
Toch verlang ik dat dit onderzoek licht werpt op de factoren die invloed hebben op de keuzes van zmlk leerlingen, zodat ik ze beter kan sturen tijdens het leren.
Het technisch belang en het verlangen de natuur te beheersen zijn zo oud als de mensheid, zegt ook Jurgen Habermas. De technische interesse stuwt ons naar een toekomst die we niet kunnen vermoeden. De beperking in dit systeem is daarin gelegen dat het steeds om middelen gaat. Maar wat willen we eigenlijk? Bij het technisch belang voegt zich het praktisch belang. Nu gaat het niet meer over middelen, maar over doeleinden, in welke richting gaan we sturen. Theoretisch is democratie het kader waarin op grond van weloverwogen argumenten, inschikkelijkheid, geven en nemen, redelijke besluiten kunnen worden genomen. In werkelijkheid wordt de politiek, vervlochten met het wetenschappelijk-technisch systeem, zozeer door instumenteel en strategisch handelen beheerst, dat een praktische discussie nauwelijks mogelijk is. We hebben het dus steeds over middelen en natuurlijk over wat het moet gaan kosten. Ook bij computer gebruik in de klas voert het technisch belang de boventoon. In onderwijs wordt vooral de argumenten leerrendement, effectiviteit van de leermethodiek, voorbereiding op maatschappelijke inzetbaarheid van de toekomstige generatie, de mens als middel om een betere rijker concurerende maatschappij te krijgen. Wat ik mis zijn argumenten met als doel het geluk en welbevinden van de leerlingen. Want geluk en welbevinden kunnen geen middel zijn om een hoger doel te bereiken.
Zou het zo kunnen zijn dat ik met dit onderzoek nooit een antwoord kan vinden op de vraag: “zijn er indicatoren die verklaren waarom leerlingen met een verstandelijke beperking binnen het zmlk onderwijs kiezen voor het vrije spel met de computer.” Zou het zo kunnen zijn dat geen enkel onderzoek kan aantonen waarom men kiest? Maar bovenal zou ik niet moeten beginnen met verhelderen waarheen ik deze leerlingen wil sturen?
Ik begin te twijfelen.