30.1.07

dagsituatie 30-1

Dit belooft een rustige dag te worden. Iedereen is er en niemand is ziek. De dag is weer goed voorbereid en ik ben lekker uitgerust.

Gebeurtenis

g heeft net zijn hoofd gestoten, is eigenlijk met blokken aan het spelen en ik heb hem nog vast, omdat hij richting ch heeft geschopt in zijn dans-beweeg-vecht spel. Hij loopt na mijn berisping naar ch en terwijl hij zijn verontschuldigingen aanbied, wijst hij heel direct en heel zeker het juiste antwoord aan voor ch op de computer.

Mijn gedachten op dat moment

ongeloofelijk hoe goed en snel hij op de computer anticipeert, hij leest in een oogopslag de picoleeszin en het antwoord.

Uitwerking

Schijnbaar in een oogopslag. Ik weet dat hij enorm vaak bij de computer te vinden is en dat hij eigenlijk al uitgekeken is op dit pictoleesprogramma. Als je alle niveaus hebt gehad, kan je het alleen nog maar herhalen. Hij wist het antwoord misschien gewoon al, of hij heeft al vier keer gekeken naar het scherm zonder dat ik het wist. Bizar is wel dat hij in alle consternatie, wel de rust had om zo duidelijk voor ch het juiste antwoord aan te geven, het was echt een rust momentje.

p.s. ik heb professionele hulp gezocht, de deskundige denkt dat ik lijd aan Meervoudig Persoonlijkheids Syndroom (MPS. Dit is een verstoring van het identiteitsgevoel (het ik-gevoel) en de loskoppeling van bepaalde ervaringen van een 'bewust levend ik'. Een interessante theorie over MPS verscheen kortgeleden in "De Psycholoog". Hierbij speelt de rond de vorige eeuwwisseling gerenommeerde arts en psycholoog Flournoy een belangrijke rol. Hij introduceerde het begrip "cryptomnesie" (=latente herinnering). Wat als feiten uit het verleden wordt gepresenteerd, kan ook een jeugdherinnering (bijv. aan een gelezen boek) of een wensvervulling zijn. Dit is een creatieve funktie van het onderbewuste. Binnen de experimentele psychologie kent men dit begrip ook wel als "onopzettelijk plagiaat". Deze theorie sluit aan op die psychologen die bij de ontwikkeling van dissociatieve stoornissen een predispositie of persoonlijke "kwetsbaarheid" veronderstellen en niet zozeer een veroorzakend trauma. Suggestie van de directe omgeving en autosuggestie spelen dan een belangrijke rol bij het ontstaan van de "herinneringen". Zoals het lezen van literatuur als Max Havelaar en dan een tweede persoon opvoeren tijdens het doen van je onderzoek.

29.1.07

dagsituatie 29-1

Vandaag begint de laatste week, ben benieuwd. Ik ga na deze obsevaties serieus doordenken, want de complexiteit van het vrije spel en de computer vraagt meer dan wat cijfers als antwoord.

Gebeurtenissen

sh roept : he spook! en wijst naar het beeldscherm, G rent weg en gaat zich verstoppen, komt naar me toe en zegt, ik ben bang voor het spook.

g weet tijdens het prikken welgeteld negen keer te prikken. Achter de computer zit hij geboeid te luisteren en te kijken naar de wisselende beelden.

g houdt de koptelefoon vast en tegen zijn oor aan als ik hem probeer af te zetten omdat we naar buiten gaan

Gedachte op dat moment

wel erg veel beleving.
Door de koptelefoon is hij niet afgeleid door anderen en gebeurt er voor zijn ogen van alles.


Uitwerking

Dit soort opmerkingen zijn zo voor de hand liggend, iedereen weet dat te verzinnen, of ligt de waarheid altijd zo overduidelijk voor de hand? Hebben we eigenlijk wel onderzoek nodig om iets te weten, of gebruiken we onderzoek alleen als we anderen willen overtuigen als iets niet zo voor de hand ligt? (Bruno Latour) Als we vinden dat er bezuinigd moet worden en dus dat leerkrachten efficienter moeten werken? Als een verhaal te complex is om te bevatten, maar we toch enkele steekhoudende argumenten willen laten prevaleren? Als we vinden dat alle mensen in de toekomst onze computers en onze software moeten gaan gebruiken? Wat was er eigenlijk eerder, de computer behoefte of behoefte aan een computer? Wat was eerder het gevolg of de keuze?


Gaat tie weer, mijn computer beheerder zegt dat ik zelf in een andere kleur type, twijfel ik dan zo aan mezelf? Ik geloof dat ik wat hulp moet hebben, mijn onderzoek wordt zo wel erg warrig. Kan dan niemand mij de waarheid vertellen?


Hou je aan je plan man


Ehh, De computer is een zeer aanlokkelijk spelmateriaal dat heel goed te gebruiken valt in de educatieve setting van het zmlk onderwijs. Door de combinatie van de factoren, geluid en beeld, individueel aanpasbaarheid, manipuleerbaarheid en variatie mogelijkheden kunnen de leerlingen van het zmlk onderwijs zich nauwelijks onttrekken aan het spel met de computer. Door een tekort aan middelen is het echter niet mogelijk in alle behoefte te voorzien, bovendien wordt het niet wenselijk geacht dat de leerlingen alleen met de computer spelen. Controleerbaarheid van de vooruitgang in ontwikkeling tijdens het vrije spel en de gevaren van het internet zijn valkuilen bij het gebruik van de computer.

25.1.07

dagsituatie 25-1

Vandaag zijn ze er weer, want gisteren waren de leerlingen vrij. Eens in de maand zijn ze op woensdag nog thuis. G zit huilend in de taxi, is gevallen. Er zijn nieuwe puzzels in de klas, deze zijn in trek.

gebeurtenis

m roept tijdens het eten herhaaldelijk, "kijk meester walter... sneeuwt op de computer" (lekker weertje Winter staat aan)
m doet zijn sjaal om, om naar buiten te gaan en roept bij de computer maar weer eens dat het zo koud is daar op de computer


mijn gedachten

Ik meen dat hij werkelijk denkt dat het sneeuwt daar.

uitwerking

beleving en leerrendement? Hij staat te springen alsof het buiten sneeuwt en hij zo naar buiten mag om te sleeen

23.1.07

dagsituatie 23-1

Vandaag zonnig, windstil en koud. Er ligt rijp op de banken en de leerlingen komen me dat enthousiast vertellen. Heerlijk weer om buiten op verkenning te gaan. Iedereen is er weer en alles verloopt rustig en ordelijk.

gebeurtenis

het lukt se niet haar computer op te starten om het programma te spelen dat ze wil spelen, j geeft zijn koptelefoon en samen spelen ze ferdi fish op de andere computer

mijn gedachten

het is absoluut niet solitair spelen

uitwerking

Keer op keer verbaas ik me dat de leerlingen samen achter de computer bezig zijn. Ook als ik ze appart achter computer 2 en 3 zet spelen ze met elkaar, helpen ze elkaar of plagen ze elkaar. Toch hoor ik overal bezwaren tegen het vrije spel op de computer. Er is het bezwaar van niet educatieve spelletjes?(schole) Dat ze niets anders meer doen, dat niet controleerbaar is wat ze hebben gedaan en de gevaren van internet. Volgens mij, en niet alleen volgens mij, is het erg gevaarlijk een scheiding te maken tussen spel en het echte leven. De homo sapiens wordt niet voor niets ook weleens de homo ludens (de spelende mens) genoemd. In het spel lijken kinderen vaak verder vooruit in hun ontwikkeling dan op andere momenten, zo viel ook Vygotsky op. In spelletjes tonen kinderen vaak veel meer zelfbeheersing en een beter taalgebruik, een sterker geheugen en bijvoorbeeld ook veel meer vermogen tot samenwerking dan daarbuiten. De mogelijke verklaring voor dat grotere vermogen is dat een kind tijdens een spel veel meer controle heeft over zijn (denkbeeldige) omgeving en zijn handelen. Hij wordt nergens door bedreigd en dat is vaak niet het geval in de normale schoolse werkelijkheid.

p.s. ik roep hierbij de hacker op om zich bekent te maken, stapel gek wordt ik van het idee dat iemand mijn blog leest en commentaar publiceert terwijl ikzelf nauwelijks instaat ben te kijken of het er goed op staat. Ik ben een goeie bekende.

22.1.07

dagsituatie 22-1

Korte week voor mij, ik ben vrijdag vrij, dus een kink in de kabel wat betreft de betrouwbaarheid van de onderzoeksmethodologie. Ik ben door de tussen evalatie opnieuw gespitst op het computer gebruik en ik installeer een nieuw programma lekker weertje aflevering Winter. Nu maar hopen dat het echt kouder wordt.

Gebeurtenis

se en ch mochten kiezen uit puzzels of ontwikkelings materiaal op het vrije keuze moment

Mijn gedachten op dat moment

daar gaat mijn onderzoeksmethodologie

Uitwerking

voor de afwisseling wordt vaak bepaald dat ze ook wat anders moeten doen dan computeren, anders wordt het telkens hetzelfde.
Computerprogramma's kan je echter ook veranderen.
Waarom word het niet goedgekeurd om eenzijdig te spelen? Het belang van een uitgebalanceerde afwisselende ontwikkeling

Gebeurtenis

sh en g kiezen wel vrij voor de computer te weinig tijd over om echt te gaan spelen dus het werken ging wel erg lekker

Mijn gedachte op dat moment

Ik ga nu zo ver dat als ze vragen "mag ik….." ik dat aanmerk als eerste keuze.

20.1.07

Halverwege mijn participerende observatie

Mijn observatielijst levert de eerste kwantitatieve gegevens op.

In week 1 zijn er 56 vrije keuze momenten geobserveert wat neer komt op 5,6 keuze momenten per leerling. Van de 56 keuzemomenten werd er 32 keer voor de computer gekozen. De poppenhoek was in het vrije keuzemoment de tweede keuze met 11 keer.

In week 2 zijn er 48 vrije keuzemomenten geobserveert wat neer komt op 5.3 keuzemomenten per leerling (sh was ziek deze week). Van de 48 keuzemomenten werd 28 keer voor de computer gekozen. Deze week was het constructiemateriaal de tweede keuze met 7 keer.

Mijn eerste indruk dat de keuze voor de computer favoriet is lijkt gesteund te worden door deze gegevens, maar ik moet nog meer berekeningen erop los laten om aan te tonen dat deze voorkeur statistisch significant is.

Mij lijkt het duidelijk, juist zonder berekeningen.

Begint bij mij wel de gedachte te knagen dat ik onvoldoende heb verhelderd wat vrije keuze is? Er is veel geschreven over vrije keuze, waarbij in de existentiele fenomenologie door Satre duidelijk gesteld wordt dat we geworpen in vrijheid, verdoemd zijn tot keuzes en dat we verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van die keuzes. En ook dat wij niet in staat zullen zijn die gevolgen te overzien. Als dat niet verlammend werkt? Dan maar beter vluchten in het gedetermineerd zijn, alles is causaal, ook het menselijk gedrag, waarmee vrije keuze een smoes wordt om de mens meer waarde toe te kennen dan een beest, een plant of een kei. Het grappige is, dat zelfs de meest uitgesproken wetenschapper diep in zijn hart iets unieks en iets goddelijks wil vinden. Alles is wetmatig, maar de mens kan keuzes maken. Hoe kan je de contradictie nu overbruggen? Dr. P.C.H.M. Bemelmans verwoord het mooi. Aan de ene kant is de mens een schakel in de keten van causale relaties. Maar aan de andere kant kan de mens breken door verantwoordelijkheid te nemen. Je wordt vrij door je vrij te verklaren. De wetenschap zal de vrijheid nooit vinden, hoe lang ze ook zoekt. Maar als ik zeg dat ik vrij en verantwoordelijk ben, betreed ik een nieuwe dimensie van de werkelijkheid waar de wetenschap in eerste instantie niets te zoeken heeft.

Daar en precies daar zit het pijnpunt van het onderzoek naar menselijke gedragingen, zoals jij die doet tijdens deze studie ecologogische pedagogiek. Doordat je een wetenschappelijke studie doet naar de vrije keuzes van zmlk leerlingen sla je de plank bij voorbaat mis. Verbanden aanbrengen tussen factoren die de vrije keuze beïnvloeden, suggureert immers dat de vrije keuze van zmlk leerlingen een gedetermineerd gedrag is dat voortkomt uit bepalende omgevingsfactoren en individuele factoren als intelligentie en karakter. Als dat zo is dan is vrije keuze onmogelijk. Keuze is slechts een intern rationeel proces die zich volgens een vast patroon voltrekt en die altijd dezelfde uitkomst zal geven. De afweging staat al vast, alleen nog bepalen hoe je de uitgangssituatie kan beinvloeden en de mens doet precies wat het moet. Maar wie is dan die goddelijke mens die voor andere mag bepalen welke keuzes hij mag maken? Voorlopig kunnen we ons verschuilen achter het gegeven van complexiteit van de mens, de natuur en de samenleving, dat we het niet kunnen sturen, maar fundamenteler is de vraag zouden we het willen kunnen? Met wetenschappelijk onderzoek suggureert men dat we met rationaliteit de beslissende stap kunnen zetten om te heersen over de wereld terwijl steeds vaker vast komt te staan dat dat niet kan. Zelfs in de natuurkunde kan dat niet, zoals Anton Zeilinger in het boekje toeval beschrijft. In de kwantummechanica is men erachter gekomen dat wij niet te dom zijn om de oorzaak van een afzondelijke gebeurtenis te achterhalen, maar er eenvoudigweg geen oorzaak voor de afzonderlijke gebeurtenis is, omdat een kwantum simpelweg geen informatie kan dragen om te bepalen wat het gevolg zal zijn. De uitkomst berust dus op louter toeval.

Altijd zal de vrije keuze van de mens zich onttrekken aan wetenschapelijk onderzoek, want ik voorspel dat als we het menselijk gedrag hebben weten te ontleden tot enen en nullen er op deze factoren geen informatie meer aanwezig is die een voorspeller is voor het gevolg, een keuze.

Toch verlang ik dat dit onderzoek licht werpt op de factoren die invloed hebben op de keuzes van zmlk leerlingen, zodat ik ze beter kan sturen tijdens het leren.

Het technisch belang en het verlangen de natuur te beheersen zijn zo oud als de mensheid, zegt ook Jurgen Habermas. De technische interesse stuwt ons naar een toekomst die we niet kunnen vermoeden. De beperking in dit systeem is daarin gelegen dat het steeds om middelen gaat. Maar wat willen we eigenlijk? Bij het technisch belang voegt zich het praktisch belang. Nu gaat het niet meer over middelen, maar over doeleinden, in welke richting gaan we sturen. Theoretisch is democratie het kader waarin op grond van weloverwogen argumenten, inschikkelijkheid, geven en nemen, redelijke besluiten kunnen worden genomen. In werkelijkheid wordt de politiek, vervlochten met het wetenschappelijk-technisch systeem, zozeer door instumenteel en strategisch handelen beheerst, dat een praktische discussie nauwelijks mogelijk is. We hebben het dus steeds over middelen en natuurlijk over wat het moet gaan kosten. Ook bij computer gebruik in de klas voert het technisch belang de boventoon. In onderwijs wordt vooral de argumenten leerrendement, effectiviteit van de leermethodiek, voorbereiding op maatschappelijke inzetbaarheid van de toekomstige generatie, de mens als middel om een betere rijker concurerende maatschappij te krijgen. Wat ik mis zijn argumenten met als doel het geluk en welbevinden van de leerlingen. Want geluk en welbevinden kunnen geen middel zijn om een hoger doel te bereiken.
Zou het zo kunnen zijn dat ik met dit onderzoek nooit een antwoord kan vinden op de vraag: “zijn er indicatoren die verklaren waarom leerlingen met een verstandelijke beperking binnen het zmlk onderwijs kiezen voor het vrije spel met de computer.” Zou het zo kunnen zijn dat geen enkel onderzoek kan aantonen waarom men kiest? Maar bovenal zou ik niet moeten beginnen met verhelderen waarheen ik deze leerlingen wil sturen?

Ik begin te twijfelen.

19.1.07

Dagsituatie 19-1

Vandaag opnieuw de 3 extra leerlingen. Mijn vaste collega is er en we gaan zwemmen. De computers draaien overuren, ik laat de oudere leerlingen op de leerkrachten computer inloggen en nu kunnen ze gebruik maken van internet op twee computers. Ik kan nu niet direct aantekeningen maken voor mijn onderzoek. Veel van mijn leerlingen zien de racespelletjes en willen dat nu ook. Een van de meisjes heef een babypop mee genomen en loopt heel voorzichtig en zorgzaam rond. Vier jongens hebben autootjes meegenomen, dat beloofd zware concurrentie voor de computer tijdens het ingeroosterde spelmoment.


Ik maak me ernstig zorgen over of ik op de goede weg ben, ik krijg eigenlijk alleen maar kritiek. Het enige opmerkelijke dat me is opgevallen is dat de leerlingen zelfs al werkt de computer niet ze er toch niet bij weglopen om wat anders te gaan doen. Zorgelijker is dat ik nu met een zwaar hoofd achter de computer zit en niets meer weet. Ik heb de hele dag activiteiten rond de computer geobserveert, daar bewust over na gedacht, maar niets onthouden.( Wat maakt dat eigenlijk uit, als ik al iets opmerkelijks en relevants voor de maatschappij ontdek, wie leest dat dan behalve mijn hacker) En wie ben jij dan dat jij denkt dat jou gedachten de gang der mensheid wezenlijk beinvloed? Of denk je dat door jou argumenten er meer computers in de klas komen? Of dat de homozapiens anders met deze computertechnologie zal omgaan? Of dat er een nieuwe wereld zal komen, waarin iedereen op het web aangesloten is en mensen met een verstandelijke beperking wel volwaardig mee mogen doen? De mogelijkheden zijn daar, maar wat we ook bedenken of beredeneren, invloed hebben we niet. Nu de geschiedenis canon achter de rug is, de beta canon loopt, de reken achterstand van pabo studenten op de politieke agenda staat en de hbo raad verontrust is over het taalniveau van eerste jaarsstudenten ben ik aan het woord. Als we al deze energie nou eens staken in een canon over de computer. Over de invloed van technologie in wetenschap en onderwijs, dan verwacht ik dat we eindelijk na al deze eeuwen onderwijs en wetenschap die niets dan rampen en ellende heeft gebracht, wij niet proberen de jeugd iets aan te leren wat wij belangrijk vinden, maar iets aanleren waar zij wat aan hebben. Anders horen we binnenkort in de klaslokalen niets anders dan: "fok jou". Maar ja wie vraagt leraren wat? Die moeten alleen maar de repressie uitvoeren en niemand die ze daar bij helpt.


Gebeurtenis


Achter elk van de oudere leerlingen zit een leerling van mij. Ze hebben vrijwillig hun plaatsje afgestaan om te kijken naar het race spelletje dat ze doen.


Mijn gedachten


Het is net live tv kijken


18.1.07

geneuzel

Dat geneuzel over het weer:-( Ik ben er van overtuigt dat het weer van grote invloed is op de voorkeur voor het vrije spel met de computer, maar er wordt op geen enkele wijze een verband gelegd tussen dit gegeven en de gegevens die gepresenteerd worden in de dag situaties. Dat is geen onderzoek, of mogen wij nog verdiepen, exploratie en explicitering verwachten. Ik had toch stellig verwacht dat er nader ingegaan werd op de nieuwe wereld die geopend wordt door de toekomstige generatie. De virtuele wereld waarin iedereen altijd contact heeft met de rest van de wereld. De wereld waarin snelheid de nieuwe grens is. Waarin de netgeneratie op een geheel eigen wijze zijn weg zal vinden. Waarin de digital natives, de digital immigrant links en rechts in gaan halen. De wereld van daten via de chatroom, pesten met smsjes, groepsvorming via msn en hyves. Waarin het taalgebruik radicaal geglobaliseerd is. Waarin verstandelijk gehandicapten moeiteloos mee kunnen draaien, met behulp van goede software. En ook omdat het om plaatjes gaat in plaats van grafemen, die via moeilijke logische regels leiden tot een verbeelding van de wereld die altijd, door elk individu en in een andere tijd anders geintepreteert zal worden. Een wereld zonder weersinvloeden.

Hacker

dagsituatie 18-1

Het stormt zwaar en het regent en het is 13 graden, uitzonderlijk warm. De helft van de leerlingen heeft nu wel een keer overgegeven, op school in de taxi of thuis. Vandaag gaan we pannekoeken bakken.

Gebeurtenis


m zit lusteloos achter zijn taalboekje, hand in hand lukt het hem de eenvoudige opdracht letterstempelen af te krijgen. Daarna rent hij huppelend naar de computer om ferdi fish te gaan spelen waar hij specifiek om heeft gevraagd.


Uitwerking


Ik kan makkelijk een interessantere les maken, maar elke dag elk uur speciaal voor deze leerling is wel erg moeilijk. De computer presenteert wel een zeer aantrekelijk, kleurrijk en boeiend programma voor m. Ik moet zeggen dat ik ook heel vaak de aandacht heb, dus ik hoef niet te concurreren. Toch zou ik op deze momenten net zo veel aandacht willen hebben als de computer. Scoor ik ook weer goed met de taalresultaten. Zeker nu in de media weer eens gezegd is dat er op school meer aandacht aan taal moet worden besteed (of besteet). Het taalboekje van m is nog wel opgeleukt met plaatjes en kleurtjes. Voor iedereen een leuk taalprogramma op zijn eigen computer, zeg ik! Maar ja, de kosten. Alhoewel, hoeven de kinderen ook niet naar school, scheelt weer een leerkracht. Blijft socialevaardigheden nog over als les van mens tot mens. Uit de literatuur bleek echter ook dat leerlingen, sociaal gevoeliger en vaardiger worden als ze systematisch educatieve programma gericht op sociale vaardigheden doen.

16.1.07

dag situatie 16-1-2007

Vandaag zijn twee leerlingen afwezig. G is geslagen in de taxi door een ander kindje en is bij binnenkomst erg onrustig. Dat hebben we eerst even uit moeten zoeken en op moeten lossen, maar dat is gelukt. Ch is moe heeft slecht geslapen zegt ze zelf. az en j vallen hard bij het buitenspelen, az tegen de deur aan en er is zomaar taart om uit te delen. Vrijwel alle collega's klagen over de onrust in de klassen en sommigen waarschuwen voor mogelijk storm.

Gebeurtenis

g puzzelt, ak kleurt en sa bekijkt een filmpje op de computer.

Uitwerking

zou ik kunnen theoretiseren over de factor "diversiteit aan mogelijkheden" die lijden tot vergrote voorkeur en langduriger gebruik van de computer door leerlingen in het zmlk onderwijs. Uit mijn literatuurstudie blijkt dat de jeugd die veelvuldig van de computer gebruik maakt, veel programma's door elkaar heen gebruiken. Msnen terwijl er spelletjes worden gedaan en lekker gesurfd wordt. Dit zou er op kunnen duiden dat de stelling dat, alle overige factoren negerend, de verwachting dat er altijd iets leuks te doen is met de computer, lijdt tot verhoogde voorkeur. Toch hebben mijn leerlingen niet door dat de spelletjes mogelijkheden verder vergroot kan worden door het internet, want computer 3 is niet de favoriete.

15.1.07

dagsituatie 15-1-2007

Vandaag komt az ziek in de klas, hij heeft overgegeven in het taxi busje. Als moeder hem had kunnen brengen had ze hem zeker weer mee naar huis genomen. Nu weet ik niet eens of moeder thuis is. Sh is er niet, nog ziek. Het is een rustige heldere ochtend en het wordt eindelijk wat kouder zoals het hoort in de winter.

gebeurtenis

Mijn collega zegt nadat ch vraagt of ze met de comp mag: "ga maar even puzzelen"

mijn gedachte op dat moment

Als ik dat niet gehoord had, had ik waarschijnlijk gesignaleerd dat ch gekozen had voor puzzelen.

uitwerking

Hoe houdt ik helder dat vrije keuze ook echt vrije keuze is? Of is al het vrije spel dat ze doen in de klas zowiezo gestuurde keuze? Zowiezo, omdat de structuur van het onderwijs alleen bepaalde mogelijkheden toelaat? Zien de lln altijd aan mij wat ik prettig vind wat zij doen? Is mijn mimiek of houding altijd bepalend? Hoe bepalend is de groep en zijn activiteiten? Hebben zmlk leerlingen wel een vrije keuze? Zijn ze wel in staat tot vrije keuze? Zijn wijzelf wel instaat tot vrije keuze? Is keuze een afweging? En als het een afweging is is het dan mogelijk alle factoren vast te stellen die in de afweging bepalend zijn? Als computer gebruik een afweging is welke factoren zijn dan bepalend? Zijn het louter belangen die persoonlijk overwegingen betreffen? Waarom wil de overheid dan graag dat leerlingen positief worden in de afweging om gebruik te maken van de computer?

12.1.07

dag situatie 12-1-2007

Vandaag dus 2 tijdelijk nieuwe leerlingen. Mijn vast collega is er en we gaan zwemmen. Sh werdt ziek, ging overgeven en is opgehaald.

gebeurtenis

az vindt de grote jongens razend interresant en staat de hele dag achter de grote jongens te kijken wat ze doen op de computer ( niet als ze uit hun werkmap werken) az wil nu ook alleen maar op internet spelletjes doen.

mijn gedachte op dat moment

dat zat er dik in, hij praat over niets anders dan over groep 5 en 6

uitwerking

Is het gebruik van de computer vooral kopieer gedrag? Door wie is het dan in gang gezet?

11.1.07

dagsituatie 11-1

Het stormt, weeralarm. De kinderen komen prima op tijd aan. Helaas mijn directe collega is ziek, wat automatisch betekend dat ik tijdens school uren geen aantekeningen meer zou maken. Verder komen er morgen drie leerlingen van ongeveer 10 jaar oud bij mij in de klas, wegens ziekte van een leerkracht. Dit drukt de mogelijkheid voor mijn leerlingen om achter de computer te mogen en zal dus effect hebben op het onderzoek.

Dat zat er dik in natuurlijk, toch schakel ik mezelf niet uit en zal opmerkelijke zaken onthouden en later noteren.


Gebeurtenis

m roept om hulp door de klas terwijl ik niet kan komen. Na drie keer zeg ik hem dat hij achter de computer vandaan moet.

mijn gedachte op dat moment

Wat zou ik graag op alle plekken tegelijk willen zijn, ik kom duidelijk tekort.


uitwerking

Als ik kritisch ben, slaag ik er onvoldoende in de klas te managen. Maar de hele dag geen assistentie en twee onverwachte poepbroeken gooit de planning van vandaag teveel door de war. Als de computer dan ook nog eens niet naar behoren werkt loop je eigenlijk van het ene probleem naar het andere. Bij nadere beschouwing bedenk ik me dat m graag een bepaald computerprogramma wilde spelen, maar die kon hij niet opstarten. De volgende keer moet ik dus aan hem vragen welk spel hij wil doen en als dat niet klaar staat kan hij niet achter de computer. Er zijn dus leerlingen die kunnen spelen met de computer en leerlingen die met een bepaald programma kunnen spelen. Ik denk dat zelfs al staat de computer in de bezemkast en moeten ze met z'n vieren op een stoel zitten dat ze dan nog met de computer willen, maar dat dit komt door de programma's die op de computer staan. Doordat ze zoveel verschillende programma's kunnen spelen is de keuze voor de computer een hele logische. Het zou het zelfde zijn als dat ze mochten kiezen voor de poppenhoek, het constructie materiaal en de autootjes tegelijker tijd. De computer is echter geen speelgoed waar ze met eigen fantasie leuke spelletjes kunnen doen, maar een kamaraad die tegen ze terug praat. Ze spelen met de programma's die een afspiegeling zijn van wat de maker, een persoon die communniceerd, in zijn gedachte had. Het is dus communicatie, geraffineerd, want het is altijd complimenteus of grappig. Als ik de leerlingen zie juigen achter de computer als iets goed gaat, dan weet je dat de maker een goede toets heeft geraakt. Is het dus beter speelgoed te maken die een groter beroep doet op de eigen fantasie van de leerlingen? Worden leerlingen aan de hand meegeleid door de programmeur zodat het kind gaat doen wat de maker verwacht? Is dat beangstigend? Is school dan altijd beangstigend omdat we leerlingen ergens heen leiden terwijl vaak onduidelijk blijft waar dat heen is? Dat dat is naar een plek waar we de ideale wereld willen maken, maar niemand deze steriele wereld echt wil? Voor mijn leerlingen moet het wel heel extra fijn zijn om positieve reacties te krijgen, omdat verstandelijk gehandicapten heel veel teleurstellingen te verwerken krijgen. Alle schoolse activiteiten gaan moeizaam, hoe graag ze het ook doen. Het beroep op de cognitieve vermogens wat school toch vooral is, is een beroep op de zwakke plek. Eigenlijk zouden we school weer in de orginele betekenis van het Griekse schole moeten inrichten, Schole dat rust betekend, niet activiteiten maar juist de interval ertussen. Dan kan het denken verder gaan dan copieren wat anderen willen. Inspiratie, creativiteit en fantasie, die zich door geen vooropgesteld doel, geen economisch principe laat sturen of opjagen. Juist de punten waar deze leerlingen, maar eigenlijk alle leerlingen goed in zijn. Blijft nog een vraag kun je creatief zijn met de computer? Volmondig ja! maar niet met de programma's voor kinderen die ik nu zie. Creatief kun je vooral zijn met grafische programma en muziek programma's en met het programeren zelf.

9.1.07

het begin van de enquete

Ik ben begonnen met het uitdelen van de vragenlijsten aan collega's. 13 hebben er al een ontvangen en 2 moet ik nog uitdelen. Twee collega's met zwangerschapsverlof wil ik nog via de email benaderen, wat het totaal aantal brengt op 17 formulieren.
Per vragenlijst komen antwoorden over het gedrag omtrend het vrije spel van vier leerlingen, hoe de verdeling per leerling wordt weet ik nog niet.
Wat ik weten wil is of de respondenten positief of negatief denken over computer gebruik bij het vrije spel en of leerlingen meer kiezen voor vrij spelen met de computer, dan andere vrije spel activiteiten.
Onder tussen ben ik ook begonnen met het bijhouden van mijn logboek en ben ik begonnen met het invullen van de scorelijst vrijespelactiviteiten.
De afronding van de literatuur studie laat op zich wachten, door alle activiteiten kom ik daar maar niet toe.

gebeurtenis

g staat links en rechts om s heen naar het beeldscherm te kijken

mijn gedachte op dat moment

hij is er niet weg te slaan

uitwerking

Hoe leerzaam is meekijken? Onderwijskundig leer je veel sneller door zelf met de computer te werken.

dag situatie 9-1 2007

10 leerlingen zijn er. Iedereen is op tijd binnen. De computers werken behalve het geluid van nr 2 Het waait buiten enorm, het is warm voor de tijd van het jaar.

gebeurtenis

ch: "mag ik met de computer?" Ik "nee ga maar puzzelen."

mijn gedachte op dat moment

anderen moeten ook een kans krijgen

uitwerking

De hoeveelheid computers is natuurlijk grootendeels bepalend hoevaak ze met ander speelgoed spelen. Zet ik 10 computers neer met 10 leuke programma's die makelijk op te starten zijn dan hoef ik waarschijnlijk niets meer te doen.

8.1.07

de eerste foto spreekt

dag situatie 8-1-2007

Eerste dag na de vakantie. ch is er voor het eerst bij. De groep van 10 druppelt binnen, het regende flink dus files en late taxi’s. Voor mij was het spannend. Voor het eerst de hele week organiseren en zien hoe de leerlingen op mij reageren. Juf Reny kwam onverwacht haar baby even laten zien. ch haar echte moeder heeft opnieuw een baby gekregen en deze is binnen 4 uur weg gehaald uit het gezin.

gebeurtenis

Ik leg j heel kort uit hoe hij in moet loggen. Ik denk niet dat hij nu weet hoe het moet

mijn gedachten op dat moment

Ik roep in de gauwigheid iets over je naam invullen en je klas en dan op enter en naar het pictoleesspel, niet echt helder dus.

uitwerking

Lijkt mij onmogelijk om met alle factoren die invloed op het vrije spel met de computer hebben rekening te houden. In de noodzaak toch uniformiteit te krijgen ga je echt alles weg hakken

2.1.07

Sorry maar ik heb commentaar op je onderzoeksopzet

Wetenschap pretendeert kennis te leveren die dichter bij de waarheid ligt en die betrouwbaarder is dan wat men met alledaagse middelen vergaard. Als deze tekst beschouwt dient te worden als onderzoek, dan ben jij bezig met een bij voorbaat mislukte excercitie.

Wetenschap moet voldoen aan eisen omtrend betrouwbaarheid en validiteit en in opzet de mogelijkheid bieden overtuigend met cijfer materiaal ondersteund generaliseerbare uitspraken te doen. Sinds de verlichting en de mathematisering van ons wereldbeeld en het succes van de natuurwetenschappen moeten immers ook de sociale wetenschappen volgens deze methode onderzoek verrichten wil men enigszins een woordje meespreken. Deze opzet heeft onvoldoende aanknopingspunten om overtuigend materiaal op te leveren.

In de sociale wetenschappen heeft men echter voldoende ervaring opgedaan om de schijn van wetenschap nog enigszin van een cosmetisch laagje te voorzien. Bij gebrek aan mogelijkheden om het menselijk leven te kwantificeren, door het complex van de omstandigheden, grijpt men andere methoden aan om met wetenschappelijke bewijzen te komen.

Echter als wetenschap fundamenteel arbitrair is en alle uitspraken toelichting behoeven en de status van vermoedens blijven behouden, volgens Poper, dan lijkt mij dit onderzoeksopzetje de heiloze bodem van gelul in de ruimte te vertegenwoordigen.

De keuze voor een exploratief onderzoek van het kwalitatief deel van dit onderzoek lijkt mij gedreven door onvoldoende voorbereiding en theoretische verdieping. Op voorhand valt er al veel te zeggen over computer gebruik en leren door spel. Ik weet dat jij op voorhand veel meer informatie over computer gebruik en leren hebt dan je laat blijken, om dit onderzoek van start te laten gaan moest je hoeken afsnijden en heb je moeilijk te verwoorde vraagstellingen vermeden. Waarom niet uitgeweid over begrippen als digital natives zoals omschreven door Marc Prensky, homo zappiens door Hoogleraar Didactiek en Onderwijsontwikkeling Wim Veen, E-genaration en alle ander citaten over leren door spel, vrijwilligheid en informaliteit zoals je verwoord hebt in je autobiografisch verslag over Mobstar bij het onderwerp leren. Het lijkt mij dat je taalkundig onvoldoende geschoold bent om volwaardig onderzoeksopzet te produceren met alle kaders en eikpunten die je wel in je hoofd hebt.

Het feit dat je als onderzoeker de literatuur studie verricht door enkel op internet te zoeken naar gepubliceerde artikelen lijkt eerder ingegeven door de haalbaarheid in tijd dan een poging tot waarheids vinding. Bias van publicatie door vooral pro-computer studies lijkt voor de hand liggen, maar erger is dat deze overweging echter ook zeer wel te rechtvaardigen is. In het huidige tijdsgewricht lijkt het onhaalbaar een uitputtende literatuur studie te doen, omdat er wekelijks grote hoeveelheden onderzoek wordt gepubliceerd. Als ik nu start met een literatuur studie loopt ik over een maand waarschijnlijk verder achter dan wat ik nu kan lezen. De vereiste verwijzingen in wetenschappelijke publicatie naar andere artikelen verzorgen dat je achteruit gaat lezen in plaats van vooruit waar wetenschap ogenschijnlijk in sneltrein vaart naar toe gaat. Googelen en koppen snellen en samenvattingen lezen lijkt praktisch gezien belangrijker om kennis te verwerven, die eerder vluchtig is dan waar.


Wat ik in alle excercities van taalkundig vernuft om de waarheid te spreken mis is waarom wetenschappers willen dat ze de waarheid spreken. Heeft men over het middel wetenschap nog wel aardig overeenstemming wat de minimum eisen zijn, heb ik nog geen onderzoeker horen verklaren waarom het ergens heen moet en welke richting dan. Op zijn best de hele gedurfte opmerking “ter verbetering van de wereld.” Maar wat die verbeterde wereld precies inhoud blijft een groot vraagteken. Dit is ook de schaduwzijde van wetenschap bedreven sinds de verlichting. Biedt onze toenemende kennis de hoop op vrede en voorspoed? Adorno en Horkheimer zijn van mening dat wetenschap geld als instrument om te beheersen en te onderwerpen. Ook jij geeft onvoldoende aan wat je wil met dit onderzoek, als je echter aangeeft wat je wil, dan is het onderzoek al gauw verdacht, omdat je als onderzoeker onafhankelijk en objectief je onderzoek moet verrichten. Een spagaat dus, je wil wat maar je mag iets niet willen. Mij lijkt het duidelijk dat wetenschap louter wordt gebruikt om anderen voor de zaak te winnen en Latour vertelt op onthutsende wijze over deze factor in de wetenschapsfabriek.

Mij lijkt dat je diep in je hart niet klaar bent om je over te geven aan wetenschappelijk onderzoek en te veel voorbehoud in je gedachte hebt om goed onderzoek te doen. Een dikke onvoldoende dus.


P.s ik vindt dit commentaar belangrijker dan waar jij mee bezig bent. Een hacker.