Inleiding
Het onderzoek dat ik wil gaan doen, gaat over het gebruik van de computer door leerlingen met een verstandelijke beperking binnen het zmlk onderwijs.
Mijn interesse voor dit onderwerp komt voort uit de door mij in de praktijk geobserveerde voorkeur voor leerlingen om in het vrije spel te kiezen voor de computer. Ook mijn collega's merken op dat kinderen ongeacht de mate van de verstandelijke beperking en hun leeftijd vaak als eerste met de computer willen spelen. Mijn eigen interesse in de computer en de mogelijkheden en onmogelijkheden daarvan en de enorme aandacht in de literatuur en media voor de nieuwe generatie leerders, net-generatie, homo-zapians, digital natives en ICT in het onderwijs hebben mij aangezet om dit onderwerp verder te onderzoeken. Ik ben benieuwd naar wat de computer toevoegt aan de wereld van kinderen met een ernstige verstandelijke beperking. Ik wil weten of de leerlingen vaker kiezen voor het vrije spel met de computer en waarom dit is. Zijn positieve indicatoren voor de keuze voor het vrije spel met computer bijvoorbeeld de veelheid aan informatie, de grote diversiteit aan mogelijkheden, de manipuleerbaarheid door de leerling zelf of het pictorale van het beeldscherm waardoor een groot beroep wordt gedaan op de visus, of doordat je er dichtbij kan zitten en je zo helemaal alleen op kan gaan in dit medium.
Belangrijke invalshoek is voor mij niet hoe de computer gebruikt kan worden als leermiddel gevat in een leerpsychologische theorie en educatieve methodes. Hierom kies ik voor gerichte observatie van het vrije spel. Het complex van variabelen waarom leerlingen meer of minder geïnteresseerd zouden kunnen zijn in het spel met de computer, wil ik niet onderzoeken. Door het globaal inventariserend karakter van mijn vraag wil ik alleen de leerlingen en de computer observeren.
Onderzoeksvraagstellingen
Wat wordt er over het vrije spel met de computer van leerlingen met een ernstige verstandelijk beperking in de theorie omschreven? Ik ga dit onderzoeken door een literatuurstudie.
Kiezen leerlingen met een verstandelijke beperking vaker voor het spelen met de computer dan voor andere spel activiteiten? Dit ga ik onderzoeken d.m.v een enquête onder leerkrachten en een score kaart in mijn eigen klas.
Wat is de aantrekkingskracht van de computer op leerlingen met een ernstige verstandelijke beperking in het vrije spel? Dit wil ik onderzoeken door een participerende observatie, het bijhouden van een logboek, ondersteuning door het maken van een foto reportage.
Doelstellingen van het onderzoek
Tot de doelen die ik wil bereiken met dit onderzoek, behoort allereerste het verhelderen van de concepten het vrije spel en de aantrekkingskracht van de computer binnen het zmlk onderwijs. Ik doe dit door een beperkte literatuur studie van recente artikelen en onderzoeken die dit specifieke domein behandelen.
Vervolgens wil ik d.m.v. een kwantitatief onderzoek zien te achterhalen of leerlingen vaker kiezen voor spelen met de computer en of dit ook significant meer is dan andere spel activiteiten. Ik doe dit middels een enquête onder leerkrachten van mijn school en een score kaart om in mijn klas te observeren hoe vaak leerlingen kiezen voor de computer.
Als laatste doelstelling wil ik verhelderen wat dan de aantrekkingskracht is in het spel met de computer voor leerlingen met een ernstige verstandelijke beperking. Dit wil ik onderzoeken door gerichte observaties tijdens mijn werk als leerkracht in de groene groep op de zmlk school waar ik werk.
Onderzoeksmethode
Ik ga via het medium internet recente wetenschappelijke artikelen over computer gebruik binnen zmlk onderwijs te raadplegen. Ik maak hiervan een overzicht en vat deze kort samen. Als er onvoldoende artikelen zijn, (minder dan drie) ga ik ook artikelen over computer gebruik binnen het basis onderwijs gebruiken. Ik maak gebruik van het medium internet, omdat ik geïnterreseerd ben in recente ontwikkelingen en ik onvoldoende tijd heb om een diep gravende literatuur studie te doen. Ik ben mij er van bewust dat ik hierbij belangrijke bronnen als boeken en tijdschriften niet raadpleeg, maar ik ben er van overtuigd dat onderzoekers met name over computer gebruik hun onderzoek als eerste op internet publiceren.
De onderzoeksmethode die ik ga gebruiken voor het in beeld brengen of er vaak gekozen wordt voor het vrije spel met de computer is een enquête onder de leerkrachten van de zmlk school waar ik werk en daarnaast een kwantitative observatie van het aantal momenten dat het vrije spel met de computer plaats vindt in mijn klas dmv een score lijst. Ik kies niet voor een beperkt intervieuw met de leerlingen zelf, omdat de taalvaardigheid van de leerlingen beperkt is.
De onderzoeksmethode die ik ga gebruiken voor mijn kwalitatieve deel van mijn onderzoek betreffende de aantrekkingskracht van de computer, is een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een participerende observatie van de leerlingen tijdens mijn werkzaamheden als leerkracht met leerlingen met een ernstige verstandelijke beperking binnen het zmlk onderwijs. Methodologisch is het grote probleem dat ik als leerkracht zal moeten ingrijpen als er iets voorvalt of als andere leerlingen hulp nodig hebben op het moment dat ik onderzoeksaantekeningen wil maken. Om die reden wil ik geen foto's en aantekeningen maken als ik alleen voor de groep sta, wat betekent dat er geen verslag komt van de woensdagen. De observaties doe ik tijdens de momenten van het vrije spel, dit is na elke afgeronde opdracht en als het vrije spel op het rooster staat. Ik maak vier weken lang aantekeningen en begin de tweede week na de kerstvakantie. Ik maak de eerste week elke keer een foto als een leerling bij de computer gaat zitten. Verder scoor ik tijdens de gehele periode de keuze in het vrije spel op de score lijst en maak hiervan een aantekening in mijn logboek met uren verdeling waarin het klassenrooster is opgenomen. Allereerst maak ik dagelijks aantekeningen wat de situatie is in de klas, wie er aanwezig zijn en of er bijzonderheden zijn. Daarna maak ik logboekaantekeningen met steekwoorden, die beschrijven wat er in de specifieke situaties rondom het computer gebruik speelt. Letterlijke teksten van de leerlingen schrijf ik tussen aanhalings tekens. Ik noteer ook mijn gedachte rondom die gebeurtenis, dit doe ik in cursief. Uiteindelijk werk ik aan het eind van elke dag deze aantekeningen uit en plak de begeleidende foto's erbij. Het schrijven zelf stimuleert het nadenken over de gebeurtenissen en ook de resultaten daarvan noteer ik. Alle werkzaamheden doe ik op de leerkrachtcomputer die altijd aan staat in de klas. Ik maak ook de aantekeningen wanneer ik een foto maak.
Ik presenteer het dagelijks verloop en de uitkomsten op mijn weblog.
Voorlopige operationalisatie van mijn onderzoeksvragen:
Vraagstelling 1
De leerlingen met een verstandelijke beperking binnen het zmlk onderwijs, kiezen vaker voor het vrije spel met de computer t.o.v. andere spel activiteiten die mogelijk zijn in de klas.
Vraagstelling 2
Zijn er indicatoren die verklaren waarom leerlingen met een verstandelijke beperking binnen het zmlk onderwijs kiezen voor het vrije spel met de computer.
4 opmerkingen:
Dat ga ik eens rustig lezen.
Heel veel succes met het onderzoek. Ik zal het met interresse volgen.
Vrede,
Ed.
Hoi Walter,
heb je weblog gelezen: ziet er interessant uit! Ik verwacht er eerlijk gezegd ook wel iets van richting het praktijkonderwijs! Ben dus erg benieuwd naar je bevindingen.
T.a.v. je vraagstelling: vraagstelling 1 is in mijn ogen geen vraagstelling, maar meer een hypothese.
Waar ik ook benieuwd naar ben: wat is de "beginsituatie"? Hoeveel computers op hoeveel leerlingen heb je tot je beschikking? Krijgen de leerlingen computerles? Verschillen de vaardigheden van de leerlingen op computergebied wezenlijk? (ik denk van wel, maar dit kan ook medebepalend zijn voor het wel of niet kiezen van dit medium als vrije spel; dit zou je evt. nog kunnen betrekken bij je onderzoek - relatie tussen vaardigheid en hoevaak er gekozen wordt voor de computer).
We spreken elkaar 8 januari live.
Een knallend uiteinde en een bruisende start van 2007!
Groetjes,
Wilma
Hallo Walter,
Snel gekeken. Wat kleinere correcties:
Bij Inleiding, het laatste deel:
"Hierom kies ik ..."
".. kunnen, zijn ...": komma verplaatsen tot achter "computer"
Bij Onderzoeksmethoden:
Onder 1: geïnteresseerd
Onder 3: "wat betekent ...", een tee dus
Bij Doelstellingen:
1. Tot de doelen die ik wil bereiken met dit onderzoek, behoort allereerst
..."
Kleine zaakjes dus.
Mvg, Gard
Een reactie posten